Onze specialisten helpen u graag met het kiezen van het juiste abonnement.
Het is de meest gestelde vraag over warmtepompen in Nederland: wat gebeurt er als het echt koud wordt? Het korte antwoord: moderne lucht-water warmtepompen werken prima tot -15°C en sommige modellen zelfs tot -25°C. De technologie heeft de afgelopen jaren enorme stappen gemaakt dankzij verbeterde compressoren en slimme ontdooicycli.
De efficiëntie van een warmtepomp wordt uitgedrukt in de COP (Coefficient of Performance). Bij 7°C buitentemperatuur haalt een goede warmtepomp een COP van 4 tot 5, wat betekent dat je voor elke kWh stroom 4 tot 5 kWh warmte krijgt. Bij -5°C daalt dit naar een COP van 2 tot 3, wat nog steeds efficiënter is dan een elektrische kachel. Pas bij extreme kou onder -15°C wordt de COP marginaal.
Bij temperaturen rond het vriespunt kan er ijs vormen op de buitenunit. Moderne warmtepompen hebben een automatische ontdooicyclus die het ijs elke 30 tot 90 minuten verwijdert. Dit kost tijdelijk wat energie, maar het systeem compenseert dit door daarna efficiënter te draaien. Je merkt er in huis vrijwel niets van — de binnentemperatuur blijft constant.
In Nederland komt het zelden voor dat de temperatuur langdurig onder -10°C zakt. Toch kiezen sommige huiseigenaren voor een hybride opstelling: de warmtepomp als hoofdverwarming met een gasketel als bijverwarming voor de koudste dagen. Dit geeft zekerheid en houdt de warmtepomp in zijn meest efficiënte werkgebied. Voor goed geïsoleerde woningen is een volledige warmtepomp zonder backup meestal voldoende.
Zorg dat de buitenunit vrij staat van sneeuw en bladeren, stel een iets lagere aanvoertemperatuur in (35-45°C werkt het beste met vloerverwarming), en laat de warmtepomp continu draaien in plaats van aan-uit te schakelen. Een constante, lagere temperatuur is efficiënter dan pieken en dalen. Met deze aanpak draai je comfortabel en betaalbaar door de strengste Nederlandse winter.
Waarmee kunnen we u helpen?
Ma - Vr: 08:30 - 17:30